Blog Layout

Lage Rugpijn transitie: Biomedisch naar Biopsychosociaal

dr. Edwin de Raaij • 30 maart 2025

Heb jij de transitie al gemaakt?

Aan de hand van twee casussen over lage rugpijn schets ik de oude biomedische benadering en de nieuwe, meer biopsychosociale benadering.


Casus 1:
De Oude Biomedische Benadering van Lage Rugpijn

Een 50-jarige man meldt zich in de fysiotherapie met acute, hevige lage rugpijn die plotseling is ontstaan na het bukken om iets op te rapen. Hij ervaart scherpe pijn in de onderrug die uitstraalt tot aan zijn knie. Hij is erg bezorgd en denkt dat hij zijn rug 'verdraait heeft' of een zenuw heeft bekneld.

Beoordeling: De fysiotherapeut voert een lichamelijk onderzoek uit, waarbij de nadruk ligt op het identificeren van neurologische uitval of tekenen van een specifieke structurele oorzaak van de pijn. Vanwege de uitstralende pijn wordt gedacht aan overleg met de huisarts om een MRI-scan van de lumbale wervelkolom aan te vragen, om te zoeken naar een hernia of andere discogene pathologie die de zenuw zou kunnen beknellen. De pijn wordt primair gezien als een direct gevolg van mechanische druk op de zenuw.

Behandeling: De behandeling bestaat voornamelijk uit adviezen om de rug te 'ontlasten', pijnstillers en ontstekingsremmers om de pijn en ontsteking te verminderen, en fysiotherapie gericht op het verminderen van spierspanning en het 'repareren' van de vermeende structurele afwijking. De patiënt krijgt mogelijk het advies om bepaalde bewegingen te vermijden die de pijn verergeren, uit angst voor verdere schade aan de rug.

Verwachting: De focus ligt op het identificeren en 'repareren' van de structurele oorzaak van de pijn (bijvoorbeeld de hernia). Er wordt gehoopt dat na de behandelingen de pijn volledig zal verdwijnen en de patiënt zijn normale activiteiten zonder beperkingen kan hervatten. Als de pijn aanhoudt, wordt dit gezien als een teken dat de structurele oorzaak nog niet voldoende is verholpen of dat er mogelijk een andere structurele afwijking is die over het hoofd is gezien.

De rol van de fysiotherapeut is dat de structurele 'schade' hersteld, met de fysiotherapeut in de rol van een fixer.



Casus 2:
De Nieuwe, Biopsychosociale Benadering van Lage Rugpijn

Dezelfde 50-jarige man meldt zich met dezelfde acute lage rugpijn met uitstraling na het bukken. Hij is bezorgd, maar de fysiotherapeut neemt de tijd om zijn angsten en overtuigingen over de pijn te bespreken.

Beoordeling: De fysiotherapeut voert een onderzoek uit gericht op het uitsluiten van serieuze pathologie (triage voor serieuze pathologie). Er wordt echter ook uitgebreid aandacht besteed aan de biopsychosociale factoren die een rol kunnen spelen bij zijn pijnervaring. Dit omvat vragen over zijn stressniveau, slaapkwaliteit, activiteitsniveau, sociale steun en hoe de pijn zijn dagelijks leven beïnvloedt. Er wordt uitleg gegeven over de complexiteit van pijn, waarbij wordt benadrukt dat pijn niet alleen een-op-een correspondeert met weefselschade en dat factoren zoals spanning, angst en vermoeidheid de pijnervaring kunnen beïnvloeden. Routinebeeldvorming (MRI) wordt in eerste instantie afgeraden tenzij er specifieke aanwijzingen zijn, de triage, voor ernstige pathologie,.

Behandeling: De behandelingen richten zich op educatie en zelfmanagement. De fysiotherapeut coacht de patiënt om actief te blijven binnen wat comfortabel voelt. Er wordt een geïndividualiseerd oefenprogramma opgesteld gericht op de percepties die de patiënt heeft over pijn en bewegen. Bewegingen en oefeningen worden geadviseerd waarbij de patiënt zelf controle ervaart over zowel de pijn als het bewegen. Tevens is er aandacht voor pijncopingstrategieën en het belang van een gezonde levensstijl, inclusief voldoende slaap, gezonde voeding en stressmanagement. De fysiotherapeut werkt aan een sterke klinische alliantie met de patiënt, waarbij de nadruk ligt op empowerment en het nemen van controle over zijn eigen herstel. Farmacologische interventies kunnen in overleg met de huisarts worden overwogen, maar vormen niet de primaire focus.

Verwachting: Het doel is om de patiënt te helpen zelfredzaam te worden in het omgaan met zijn pijn en te focussen op het verbeteren van zijn functioneren en kwaliteit van leven, in plaats van een volledige pijnvrijheid te garanderen. Er wordt erkend dat sommige pijn mogelijk langer kan aanhouden, maar dat de impact ervan op zijn dagelijks leven aanzienlijk kan worden verminderd door effectief zelfmanagement en een actieve levensstijl. De rol van de behandelaar is die van een gezondheidscoach die de patiënt ondersteunt in dit proces.


Deze twee casussen illustreren de fundamentele verschillen in benadering, waarbij de biomedische benadering zich primair richt op de vermeende structurele oorzaak en passieve behandelingen, terwijl de biopsychosociale benadering de complexiteit van pijn erkent en de nadruk legt op educatie, actieve revalidatie en zelfmanagement.



Wederom dank voor het lezen.
Edwin

Share by: